Lughnassadh — over de vrucht, het offer en de wet van het Land
- Stefaan Loncke

- 2 aug
- 10 minuten om te lezen
Het leven dat tijdens Beltaine in zijn extraverte dans oprees en rond Mediosamos/Midzomer zijn hoogste kracht bereikte, verzamelt zich nu in de
vrucht. Wat wekenlang groeide in het licht, wat zich oprichtte in stengel, blad en bloem, trekt samen rond de kern die voedsel zal worden, zaad zal dragen en de belofte van een volgende cyclus in zich bewaart.
Binnen onze traditie noemen wij deze tijd Oinacos Lugous, de bijeenkomst van Lugus. In de Ierse overlevering vinden wij de namen Lughnassadh en Lugnasad. Het feest opent de oogsttijd en voert de mens tegelijk binnen in het diepere mysterie van de vrucht, de gave en de wederkerigheid tussen mens en Land.
Groei wordt tijdens Lughnassadh gevolg. Voorbereiding wordt zichtbaar in wat zij heeft voortgebracht. De mens staat voor wat doorheen zijn aandacht, zijn arbeid en zijn volharding tot vorm is gekomen, en ontvangt daarbij de vraag hoe deze vrucht verder zal leven.
Want iedere vrucht draagt een bestemming.
Zij wil verzameld worden, geopend, verdeeld en doorgegeven. Zij wil voedsel worden voor de gemeenschap, zaad voor de toekomst en gave voor de krachten die haar mogelijk maakten.
Lughnassadh vraagt daarom:
Wat is er in ons eigen leven werkelijk rijp geworden?
De zichtbare vrucht
Tijdens Lughnassadh richten wij ons op wat tastbaar is geworden.
Ieder voornemen begint als een zaad. Het rust een tijdlang in de donkere aarde van het innerlijk, ontvangt aandacht, warmte en richting, en zoekt vervolgens een vorm waarin het zichtbaar kan worden. Een gevoel vindt zijn vrucht in een woord, een gebaar of een daad. Een inzicht wordt vruchtbaar wanneer het doorheen het leven stroomt en de wijze verandert waarop iemand spreekt, handelt en aanwezig is.
De vrucht verschijnt wanneer iets doorheen tijd, arbeid, weerstand en zorg een gestalte heeft gekregen die ook door anderen kan worden waargenomen.
Daarom hoort Lugus bij dit feest.
In de Ierse verhalen verschijnt hij aan de poort van Tara. De poortwachter vraagt hem welke kunde hij bezit, want Tara is een plaats waar meesterschap wordt herkend en waar iedere aanwezige zijn kunst ten dienste van het geheel brengt.
Lugus noemt zijn vele kundes. Hij is krijger, dichter, harpspeler, smid, genezer, rechtskenner, strateeg en ambachtsman. Voor iedere kunst bevindt zich reeds een meester binnen Tara. De betekenis van Lugus openbaart zich vervolgens in zijn vermogen al deze kunsten in zich te verenigen en hen op het juiste ogenblik met elkaar te verbinden.
Zijn meesterschap ligt in de samenhang.
Hij kent de kracht van iedere afzonderlijke kunst en begrijpt tegelijk hoe zij deel wordt van een groter werk. De hand van de ambachtsman, het woord van de dichter, het oordeel van de rechtskenner en de moed van de krijger ontmoeten elkaar in één ordenende wil.
Tijdens Lughnassadh wordt die kunde zichtbaar.
De grote bijeenkomst
Tijdens de oude bijeenkomsten rond Lughnassadh kwamen mensen samen voor spelen, paardenrennen, handel, rechtspraak, voordracht, muziek, maaltijden en het bevestigen van overeenkomsten.
Krijgers en atleten toonden hun kracht en beheersing. Dichters brachten het geheugen van de gemeenschap tot spreken. Ambachtslieden lieten zien wat hun handen hadden voortgebracht. Leiders en rechtskenners onderzochten geschillen en herstelden de samenhang waar spanning was ontstaan.
Ook de wedstrijd droeg een eigen wijsheid.
De waardige tegenstander bracht de verborgen kunde aan het licht. Door de ontmoeting met weerstand leerden kracht, inzicht en beheersing zichzelf kennen. Iedere uitdaging werd een spiegel waarin iemand kon zien wat reeds rijp was en waar verdere oefening werd gevraagd.
De bijeenkomst rond Lugus was daarom een plaats waar de gemeenschap zichzelf aanschouwde.
Zij zag haar kracht, haar schoonheid, haar vakmanschap, haar recht en haar tekort aan samenhang. Zij bracht de vrucht van haar vele leden bijeen en onderzocht hoe deze vruchten samen een dragende orde konden vormen.
Tailtiu en het geopende Land
In het hart van Lughnassadh staat eveneens een vrouwelijke figuur: Tailtiu, de pleegmoeder van Lugus.
Volgens de Ierse overlevering liet zij een woud rooien en een vlakte openen, zodat het Land bewerkt kon worden en voedsel kon voortbrengen. Deze arbeid putte haar uit en bracht haar uiteindelijk de dood. Lugus stelde vervolgens spelen en een jaarlijkse bijeenkomst in ter ere van haar graf.
Tailtiu vertegenwoordigt het Land dat zich opent.
Zij is de aarde die haar lichaam beschikbaar stelt voor het zaad, die de ploeg ontvangt, die regen en zonlicht in zich opneemt en die de krachten van hemel en onderwereld samenbrengt in de vrucht.
Haar verhaal herinnert eraan dat voedsel voortkomt uit aarde, tijd, weer, arbeid en sterfelijkheid.
Achter ieder brood bevindt zich een veld. Achter iedere vrucht rust een boom. Achter iedere oogst liggen de handen van mensen, de gang van de seizoenen en de lange arbeid van het Land.
Tailtiu draagt daarom het mysterie van de vruchtbaarheid als offer.
Zij opent ruimte opdat leven kan groeien. Zij geeft haar kracht aan de gemeenschap en wordt herdacht in een feest waarin mensen hun eigen kracht, kunde en overvloed zichtbaar maken.
Iedere oogst draagt haar herinnering.
Telo en de herstelde verhouding
Binnen onze eigen teaching vinden wij een verwante beweging in de figuur van Telo.
De mensen hadden de krachten die hen voedden uit het oog verloren. Zij bleven nemen en beschouwden de opbrengst van het Land steeds meer als hun bezit. Geleidelijk werd de bodem schraal en verdween de voorspoed uit de gemeenschap.
Lugus riep de mensen bijeen op een heilig plateau boven de Sequana. Daar stelde hij een eredienst voor Telo in, Teluetlon, met zang, vuur, gewassen stenen, overvloedig water en offers van de eerste vrucht, het eerste brood en het eerste bloed.
De mensen brachten hun aandacht opnieuw naar de bron van hun voedsel. Zij herinnerden zich de aarde, de wateren, de voorouders, de godheden en alle zichtbare en onzichtbare krachten die de vrucht hadden gedragen.
Door iets van het ontvangen leven terug te schenken, werd de verhouding hersteld.
In de buik van Telo ontwaakte opnieuw de levenskracht.
Het verhaal van Telo is een samengestelde teaching, opgebouwd uit oude motieven en mondeling doorgegeven elementen. De beweging die erin wordt beschreven, draagt een van de centrale wetten van Lughnassadh:
Wie ontvangt, treedt in een verhouding.
Voedsel schept een band met het Land. Iedere gave draagt de herinnering aan haar oorsprong. Iedere vrucht verbindt de mens met de plaats waar zij groeide, met het water dat haar voedde, met het licht dat haar rijpte en met de handen die haar verzorgden.
Dankbaarheid wordt binnen deze verhouding een levende handeling.
Het offer van de eerste vrucht
Daarom hoort bij Lughnassadh een concreet offer.
Men neemt iets van de eerste oogst: een brood, een appel, een handvol graan, bessen uit de tuin, een schaal mede of het eerste deel van een maaltijd. Men draagt het naar een geschikte plaats, spreekt de dank uit en schenkt het terug aan het Land, aan de godheden, de geesten of de voorouders.
De gave krijgt een plaats.
Zij wordt neergelegd op de aarde, gedragen naar het vuur, geplaatst bij een bron of gedeeld aan een tafel waar ook de voorouders worden herinnerd.
Door deze handeling wordt de verhouding zichtbaar.
De mens erkent dat hij leeft vanuit wat hij ontvangt. Hij plaatst zichzelf opnieuw binnen de kringloop waarin aarde, hemel, water, arbeid, dood en nieuw leven elkaar voortdurend ontmoeten.
Het offer opent de hand.
En in die geopende hand blijft de stroom van overvloed bewegen.
De Rest van het Veld
Binnen onze traditie bestaat ook het beeld van de Rest van het Veld.
Wanneer de oogst wordt binnengehaald, blijft een deel staan. De laatste aren behouden hun plaats. Een hoek van de akker blijft onaangeroerd en behoort toe aan het Land, de dieren, de geesten en alles wat samen met de mens aan de vruchtbaarheid heeft meegewerkt.
De Rest draagt een bijzondere heiligheid.
Zij bewaart het aandeel van de wereld dat buiten het menselijke bezit blijft. Zij herinnert eraan dat de akker deel uitmaakt van een groter weefsel waarin vogels, muizen, insecten, regen, wind, bodemwezens, voorouders en goddelijke krachten ieder hun plaats innemen.
De Rest stelt een grens aan het nemen en schenkt tegelijk ruimte aan het voortbestaan van de kringloop.
Daar blijft zaad liggen voor het volgende jaar. Daar vinden dieren voedsel. Daar rust de herinnering aan wat de mens ontving en aan wat hij terugschonk.
De Rest bewaart iets wat aan berekening ontsnapt.
Zij houdt een opening in stand waardoor de wereld groter blijft dan onze plannen, onze eigendommen en onze behoefte aan beheersing. In die opening kan verwondering blijven wonen. Daar ademt het Land in zijn eigen ritme.
Het Westen, de Zalm en het Vat
Lughnassadh staat in het Westen van het Jaarwiel en draagt daarom de kracht van Water, de Zalm en het Vat.
Het Westen is de plaats van ervaring en herinnering.
De Zalm zwemt tegen de stroom in, terug naar de bron, en draagt de wijsheid van de weg die werkelijk werd afgelegd. Hij kent de beweging van de rivier, de bochten, de stroomversnellingen, de donkere diepten en de plaatsen waar het water opent naar de zee.
Zijn wijsheid groeit vanuit de reis.
Zo verzamelt ook de mens doorheen zijn leven ervaringen. Zij komen uit verschillende tijden en plaatsen, dragen vreugde, verlies, verlangen, inzicht en verwarring, en zoeken een ruimte waarin zij kunnen bezinken.
Het Vat ontvangt deze veelheid.
Wat van verschillende plaatsen komt, rust erin en krijgt geleidelijk een nieuwe samenhang. Losse gebeurtenissen worden wijsheid wanneer zij in het innerlijke Vat voldoende tijd ontvangen om hun diepere betekenis prijs te geven.
Rijpheid toont zich daarom in aanwezigheid.
Zij wordt zichtbaar in de wijze waarop iemand spreekt, in hoe hij handelt wanneer er spanning ontstaat, in hoe hij een grens bewaakt, hoe hij een ander ontvangt en welke werkelijkheid er rondom hem begint te groeien.
De rijpe mens draagt zijn ervaringen als voedsel.
Wat hij heeft doorleefd, wordt een bron van richting voor anderen. Zijn woorden komen uit een plaats waar tijd, inzicht en beproeving samenkwamen.
Koningschap en de vruchtbaarheid van het Land
Lughnassadh is eveneens verbonden met leiderschap en koningschap.
De oude koning werd beoordeeld aan de toestand van het Land. Droeg de aarde vrucht? Waren de wegen veilig? Werd recht gesproken? Kon een reiziger op gastvrijheid rekenen? Vonden weduwen, kinderen, armen en vreemdelingen bescherming binnen de orde van de gemeenschap?
De vruchtbaarheid van het Land weerspiegelde de juistheid van het koningschap.
Een rechtvaardige leider bracht de verschillende delen van de gemeenschap samen. Hij zorgde dat ieder zijn plaats kon innemen, dat geschillen een weg naar herstel vonden en dat de overvloed doorheen het geheel kon stromen.
De lange arm van Lugus is in deze zin de arm die tot aan de randen van de gemeenschap reikt.
Een leider draagt verantwoordelijkheid voor het centrum en voor de plaatsen die ver van het centrum liggen. Zijn aandacht bereikt degene die weinig stem heeft. Zijn bescherming strekt zich uit tot het kwetsbare. Zijn kunde wordt zichtbaar in de ruimte die hij voor anderen opent en in de wijze waarop hij verschillende krachten samenbrengt terwijl iedere kracht haar eigen aard behoudt.
Leiderschap wordt tijdens Lughnassadh aan zijn vrucht herkend.
Wat groeit er rond een mens die leiding draagt? Welke ruimte ontstaat door zijn aanwezigheid? Welke mensen komen tot bloei? Welke wegen worden geopend? Welke wonden vinden herstel? Welke toekomst wordt mogelijk gemaakt?
De toestand van het Land geeft het antwoord.
De Groene Man en het Koningshert
Ook de verbondenheid met de Groene Man en het Koningshert behoort tot het mysterie van Lughnassadh.
De Groene Man is de levenskracht die in de lente ontwaakt, zich door de zomer heen opricht en uiteindelijk in de vrucht samenkomt. Zijn lichaam leeft in het blad, de halm, de boom en de rank. Zijn adem beweegt door het gewas en zijn kracht verzamelt zich in graan, vrucht en zaad.
Tijdens de oogst wordt zijn groene lichaam afgesneden.
Het Koningshert geeft zijn bloed aan de aarde. Het graan buigt onder de sikkel en keert in een andere vorm terug naar de gemeenschap.
Hier verschijnt de mystiek van het sterven om vruchtbaar te worden.
De aar wordt brood doordat zij haar gestalte prijsgeeft. De appel opent zich en schenkt zijn zaad. Het hert geeft zijn leven en voedt de kring van mensen, dieren en aarde. Wat voltooid is, gaat over in een nieuwe vorm.
De sikkel is daarom een heilig werktuig van maat en tijd.
Zij herkent het ogenblik waarop de vrucht gereed is voor haar overgang. De geoefende hand voelt wanneer het moment gekomen is. Zij leest de kleur van het graan, de droogte van de halm, de stand van de zon en de beweging van het weer.
Kunde bestaat uit het herkennen van het juiste ogenblik.
Ook in het menselijke leven zijn er vormen die hun tijd hebben voltooid. Een werk kan gereed zijn om gedeeld te worden. Een taak kan worden overgedragen. Een verbintenis kan een nieuwe gestalte zoeken. Een inzicht kan rijp zijn om uitgesproken te worden.
Lughnassadh leert de heiligheid van het juiste moment.
De wet van het Land
Ook wetten en structuren worden tijdens Lughnassadh opnieuw aan hun vrucht getoetst.
Iedere gemeenschap maakt afspraken en schept regels om veiligheid, recht en continuïteit te bewaren. Deze vormen dragen de bedoeling om het leven te beschermen en de samenhang te ondersteunen.
Doorheen de tijd vraagt iedere vorm opnieuw om aandacht.
Tijdens Lughnassadh wordt de wet in de hand genomen. Men bekijkt haar, voelt haar stevigheid en onderzoekt welke vrucht zij draagt. Beschermt zij het kwetsbare? Bevordert zij rechtvaardigheid? Ondersteunt zij de gemeenschap? Schept zij ruimte voor leven, groei en verantwoordelijkheid?
Zo wordt de orde opnieuw verbonden met het Land waaruit zij voortkwam.
De wet van het Land leeft in de maat van de seizoenen, in het evenwicht tussen ontvangen en geven, in de begrenzing van het nemen en in de zorg voor datgene wat na ons komt.
Een levende wet draagt vrucht.
Zij voedt de gemeenschap en bewaart haar toekomst. Zij herinnert iedere generatie aan de verhouding tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, tussen gave en plicht, tussen het persoonlijke verlangen en het welzijn van het geheel.
De oogst die verder leeft
Lughnassadh brengt vele bewegingen samen.
Wij eren Tailtiu, die het veld opende. Wij eren Lugus, die de kunsten verzamelt en de wil richting geeft. Wij brengen onze eerste vruchten. Wij tonen het werk van onze handen. Wij onderzoeken welke vorm haar tijd heeft voltooid. Wij laten een deel van het veld staan en erkennen dat de oogst groter is dan ons eigen aandeel erin.
En wij delen.
Wij schenken zoals het Land schenkt.
Een gave die wordt gedeeld, groeit verder in anderen. Kennis die wordt doorgegeven, krijgt een langer leven. Voedsel dat wordt aangeboden, schept gemeenschap. Een vrucht die aan het Land wordt teruggeschonken, bevestigt dat de mens zichzelf als deel van een groter geheel begrijpt.
Het Land draagt ons.
Het Land voedt ons.
Het Land ontvangt onze doden en draagt het zaad van hen die na ons zullen komen.
Tijdens Lughnassadh staan wij midden in deze lange stroom. Wij ontvangen de vrucht van wat vóór ons kwam en voegen daar de vrucht van ons eigen leven aan toe. Wat wij met zorg hebben laten groeien, mag nu voedsel worden. Wat ons werd geschonken, mag door onze handen verder reizen.
Zo wordt de oogst een verbond tussen verleden, heden en toekomst.
Moge wat wij in deze tijd oogsten werkelijk voedsel worden voor de mensen rondom ons, voor de voorouders die ons droegen en voor hen die na ons over dit Land zullen gaan.




Opmerkingen