Het Varken is in onze huidige cultuur niet echt in hoog aanzien.. we gebruiken haar vermoed ik het meest als geobjectiveerd voedselgegeven en als scheldwoord.

Wie echter in gelegenheid is om dit dier wat nabijer te leren kennen zal versteld staan hoe intelligent en sociaal ze zijn.. Ze zijn communicatief gelijkend aan dat van bvb honden en paarden, kunnen abstract denken en hebben een goed geheugen.

Varken is ook één van die drievoudige vrouwelijke krachten uit de Oude Wereld.

We kennen haar als de Voedster, dit is de Gevende.

We kennen haar als de Hoedster, dit is Zij Die Behoudt.

En ze is Zij Die Kent. Deze is verwant met de Plaats of in een andere hoedanigheid als ze verwant is aan de Tijd, is ze de Vis. Zij Die Kent is ook soms de Treurende of de Dood, alsook het "seksuele kennen".

In elk van deze hoedanigheden staat ze voor de “Veelheid”: de Gevende als Zij die de Veelheid verspreidt, Hoedster als zij die Veelheid bewaart, Zij die Kent als de Veelheid zelf.

De Grote Zeug is één van de gedaanten van de Grote Moeder.

Ze is de voedende kracht van het materiële. Hierin draagt ze een gevaar voor hen die niet verantwoordelijk met haar om kunnen gaan.. het gevaar om zich volledig naar het materiële te richten, wat leidt tot uitbuiting.

Ze is het Fundament, dat begrip vraagt. Varkens werden vroeger reeds in vrij grote kudden gehoed als voedingsbron, maar werden hierin als uitdrukking van de Godin gerespecteerd en geëerd: Zij die wordt gegeten en weer herboren wordt om te worden gegeten.

Maar die wereld is erg ver van de onze verwijderd.

Welke boodschap draagt ze voor de huidige tijd?

Net zoals het aardse beroofd werd van haar verbondenheid met het hogere, werd het varken (en met haar vele andere dieren) beroofd van haar ziel.. ze is globaal gezien nog weinig meer dan een grondstof.

Hierin is ze de spiegel die ons eigen gelaat laat zien als we ons losmaken van het Geheel. We benaderen haar als enkel materie doordat we onszelf als enkel materie zien.

Tijd om het Varken weer in de ogen te kijken, voorbij het vlees.

Tijd om de Planten weer in de ogen te kijken, voorbij de groente.

Tijd om de Wereld weer in de ogen te kijken, voorbij het ontginningsterrein.

De Grote Zeug is de Gevende.

Met dit geven richt ze een dubbele vraag tot ons: enerzijds bevraagt ze ons vermogen om te kunnen accepteren. Anderzijds bevraagt ze ons vermogen om zelf te kunnen geven.

Kunnen accepteren is ontvangend kunnen zijn.. behoeftig kunnen zijn, accepteren niet alles zelf te kunnen voorzien. Het is het "grijpen" tegenover het "ontvangen".

Kunnen geven is kunnen loslaten. Werkelijk geven is geven wat er nodig is te geven.. het "nodige" geven.. niet wat er teveel is, niet wat er toch niet bij hoort, niet wat "niet meer dient".

Daarom wordt bij "geven" gezegd dat geven met heel je persoon en heel je aanwezigheid en aandacht gebeurt.. met heel je bewustzijn dat wat je geeft werkelijk is.

"Als je geeft, geef met vreugde. De vreugde die niets terug verwacht! Een gift, zonder deze blijheid gegeven, is geen gift.", heeft mijn leraar meermaals gezegd.

Daarom wordt de Gevende Moeder ook de Vreugdevolle Moeder genoemd.

De Grote Zeug is Hoedster.

Om exacter te zijn is ze hetgeen dat wordt gehoed.

De Hoedster is Zij die Behoud. Het gehoede is hetgeen behouden wordt.

Wat wordt er dan behouden? De levende dynamiek waarbij elk gegeven een deel uitmaakt van het grote geheel.

Het hoeden bestaat uit het waken "dat niets verloren gaat".. dat alles zijn werking blijft behouden.. dat zelfs de dood en het sterven niet verloren gaan.

Het grote geheel zien vraagt een verder kijken dan onszelf. Het vraagt een verstilling waarbij we ons bewust worden van de grote en complexe dynamiek die buiten ons bestaat, en waarvan ook wij een deel zijn.

Het gehoede is dat ingenieuze evenwicht dat werkzaam is in de natuur, waar alles alles ondersteunt.

De Hoedster en het gehoede wordt daarom ook als de Strenge Moeder gezien: het evenwicht gaat voorbij onze eigen concepten van wat kan en niet kan, maar is de noodzakelijke werking van de Schepping.

De aard van de Cultuur is dat zij hierin de overhand wil hebben. De Cultuur regelt, en creëert een "leefbaar" veld voor het cultuurwezen: de mens. Ook hierin is een evenwicht mogelijk, maar de Cultuur heeft haar domein enorm uitgebreid.

We zijn niet langer Kinderen van de Natuur, maar Kinderen van de Cultuur. We zijn niet langer de Biggen, zoals Druïden - die vanuit de totale verbinding met de animistische Natuur leefden - werden genoemd.

Het wordt een enorme uitdaging om de eigen plaats die je inneemt te gaan relativeren tegenover de Natuur. De Cultuur ging te ver, de Natuur zoekt opnieuw evenwicht. Hopelijk horen we haar signalen, vooraleer ze luider en luider gaat beginnen spreken.

De spelregels van de Cultuur zullen moeten worden herschreven, luisterend naar en samenlevend met de evenwichtige dynamiek van de Natuur.

Tijd om opnieuw haar biggen te worden.

Zij Die Kent

Het meest diepgaande aspect van de Grote Zeug is haar verschijning als Zij Die Kent.

Dit “kennen” gaat zodanig ver, dat het eerder een soort bewust zijn is.. het doorleefde wezen van de Kennis die de grondslag van de Schepping is.

Het is ook dit "kennen" dat men als archaïsche term gebruikte voor de seksuele daad.

Het is een kennen van uitersten, een kennen van wat “veelheid" is.. de veelheid van de Schepping waarin het Gelaat van het Ene zichzelf leert kennen.. het is het volledige besef én de beleving van zowel de afgescheidenheid als verbondenheid van Plaats (hier en ginds) en Tijd (verleden, heden, toekomst enerzijds, dubbele-, enkele- en halve Tijd anderzijds).

De Kennis van het Vele, is de Kennis van de Schepping in Ruimte en Tijd.

De overlevering spreekt van een vrucht die eveneens met deze specifieke thematiek verbonden is: de Appel.

Het gaat hier over het oude begrip “appel", dat breder is dan het woord appel dat we pas na de 17de beginnen definiëren zijn als de appels zoals we ze nu kennen.

De mystieke betekenis van de Appel behoort tot de meest diepgaande wetmatigheden van de Schepping.

De Appel (in oude woordvorm) is zowel Boom als Vrucht tegelijkertijd.

Het verband tussen Varken en Appel, is de laatste teaching die mijn leraar gaf vóór zijn heengaan in 2007.

Zonder dieper in te gaan op haar mysteriën volstaat het te zeggen dat Varken en Appel de twee ultieme tegengestelden vormen, die in hun uitersten dusdanig samenvallen dat ze gelijken zijn.

Het is dit brandpunt van uitersten waar ook Oorzaak en Gevolg samenvallen, waarin de Zeug in haar gedaante van Zij Die Kent zich toont. Ze is daar de Aarde zelf die zich door haar kracht verheft uit de zee van kosmische Tijd, waar Oorzaak en Gevolg hun Dans beginnen.

Ze verschijnt er als de Oude Witte.. en noemen haar onder andere de Orakelende Zeug.

Vanaf die plaats waar Gevolg en Oorzaak één zijn, ziet de Oude Witte doorheen de gescheidenheid van het Vele.. doorheen scheiding die werkzaam is in zowel Plaats als Tijd.

Dit Zien boezemt haar angst in, want zelf staat ze voor de wetmatigheid van het Vele, niet voor het doorbreken ervan.

Wat is nu eigenlijk de boodschap van de Oude Witte?

De boodschap is de uitnodiging om je open te stellen voor de realiteit van de Veelheid, en haar tegelijkertijd als een afspiegeling van de éénheid ervaren.

De werkelijkheid van jouw veelheid ligt in de ontelbare dagdagelijkse handelingen die je verricht. De uitdaging is om in de realiteit van de Veelheid de realiteit van het Ene te zien.

Hoe is jouw leven, hier en nu? Ben jij het die daar staat?

Waar en hoe beweeg je je op de Dans tussen Oorzaak en Gevolg? En niet enkel je eigen Oorzaak en Gevolg, maar die grote dynamische Dans van de Schepping, van de Natuur.

Maak je geen illusies: we zijn niet enkel deel van dat grote gegeven, dat Grote Leven, dat we de Natuur noemen, in essentie zíjn we de Natuur. Als de mens zich los maakt van de Natuur, maakt de mens zich los van zichzelf.