Het Meer van Wijsheid waarin Zalm leeft, wordt ook wel het Vat genoemd.

Dit Vat houdt de verzamelde Wateren.. de verzamelde Tijd.

Het is de totaliteit van alle Tijdsmomenten, het Vat die de Tijd omsluit.

In die Tijd kan het leven gedijen. Het is de Plaats waar wordt beleefd, de Ruimte waar wordt geleerd.

Zalm is uiteindelijk de Mens die zich bewust is van de Tijd en Ruimte die hij inneemt en hoe hij hierin met alles verbonden is, net zoals de hele Schepping deze éénheid deelt met al wat ze bevat.

Zalm in dit Meer, is als de Duim ten opzichte van de vier andere vingers.

Het Vat werd gecreëerd zodat de ruimte-tijd zich kon ontvouwen.

En het Vat is een wereld van vaten. Elk idee, elk ding, elk woord is een vat als houder van diens essentie, diens wezen, diens zijn.

Doch het zijn is verstrekkender en groter dan vorm of taal en laat zich nooit volledig vatten.

Er ontsnapt steeds iets aan het vatbare.

Deze realisatie is het laatste stadium van de Wijsheid van de Zalm: het onvatbare van het Vat.

Een grens behoedt, maar beperkt ook. We trachten het Leven te bevatten, maar deze is groter dan welk Vat ook.

Krampachtig tracht de Mens alles te bepalen, te bevatten, maar des te meer ontsnapt hem de totaliteit van het Leven.

Het is deze notie van onvatbare totaliteit die deel uitmaakt van de roep die Zalm tegen de stroom in naar de paaigronden van zijn ontstaan, zijn Bron doet trekken.

Het is de onrust die laat bewegen, het is de grote zoektocht.

Zalm kent uiteindelijk het mysterie van het Vat: dat ze vol is, wanneer ze leeg is.

Dat het werkelijke Vat, het Vat van het Niets is..

Het Niets dat het Vat is van het Iets.

De essentie van het Vat is de Vraag.. Het summum van Wijsheid: de Vraag