Huid is een ander aspect van Slang

..de Veelheid van de Eenheid..

De huid omhult ons lichaam en bepaalt haar uiterlijk. Zo vertellen de Ouden dat Slang de "huid van de wereld" toont.. het uiterlijke, zichtbare van wat ons omringt.

Elk uiterlijk gegeven drukt een innerlijk gegeven uit. Het Bijbelse verhaal vertelt dat de mens naakt was, en zich voor elkaar niet schaamde, en vervolgt hoe de slang listiger was dan alle dieren van het veld. Het woord dat in de grondtekst voor "listig" en "naakt" wordt gebruikt is echter hetzelfde.

Bestaat de list niet uit het voordoen van iets dat het niet is? Het anders tonen.. een andere huid.

Wanneer de mens de kennis van de Slang tot zich neemt, merkt hij deze naaktheid. Hij ziet het uiterlijk en het innerlijk is onzichtbaar geworden, en zijn wereld wordt deze die meetbaar, zichtbaar, toetsbaar is en gelooft enkel wat hij ziet.

Wanneer Slang vervelt, toont zich een nieuwe huid. Huid na huid. Ze toont niet de kern, enkel een nieuwe omhulling.

Opnieuw laat Slang zien dat ze de kracht van de vormwording, de kracht van de Schepping draagt.. én de verantwoordelijkheid die met die kracht gepaard gaat.

Slang herinnert ons met het vervellen van huid tot huid, om doorheen de uiterlijke wereld te kijken, en te zien waarvan ze uitdrukking is. Doorheen de wereld, roept de stem van de éénheid de vraag: "Waar ben je?" Het Ene zal zich leren kennen doorheen het vele. Het antwoord op het "waar ben je?" is je leven.. het omgaan met de uiterlijke wereld, de wereld van grenzen en afscheiding, op zoek naar de ware naaktheid waar het vele samenvalt met het Ene.