“Waarom is onze Wolf grijs?”, vroeg mijn Leraar.

“omdat deze de wereldlijke Waarheid draagt tussen de bovenwereldlijke Witte en bovenwereldlijke Zwarte Wolf.”

“Eerst komt de Zwarte Wolf: zijn Waarheid is Leegte.

Dan is er de Grijze Wolf, onze Wolf, en die roept: NU! Want al die waarheden die hij draagt zijn Kinderen van de Tijd.

Pas als de Spiegel van de Grijze Wolf, de Spiegel van de Wateren des Tijds is gezien, ontsluiert de Witte Wolf zich. En zij is de Naakte Vrouwe, de Naakte Waarheid. En toch wordt haar naaktheid niet gezien, maar de Witte sluier om haar naaktheid. Want zij die haar naaktheid schouwen, vergaat het als Actaeon die de badende Diana zag: zij zijn als het Grote Hert, als de Gehoornde die wordt verscheurd door de natuur van diens eigen Jacht.

Zo vreselijk is de aanblik van de Waarheid.

Wie kan voor haar absolute aangezicht staan?

Toch is het ons Pad, om in het Licht van de onnoembare Waarheid, onze Vele waarheden te zien. Het Ene in het Vele. Het Vele in het Ene.”