De Merel is het dier van de Liminale plaatsen.

Nog voor de zon opkomt zingt het z'n lied in de morgen frisheid. En even bijzonder is zijn avondlied.

Het lied in de ochtendschemer getuigt van de Andere Wereld. Het Merel lied zingt over de milde grenzen die beide werelden scheiden én haar deuren.

Ze zingt over het feit dat elke grens niet enkel afsluit, maar ook verbindt. Dit Lied van verbinding, is tegelijk een lied van bewustwording.. bewust zijn van structuur, van een zekere orde in het bestaan.

Zowel Jean Markale als twee van mijn leraars zagen een verband tussen de Merel en de naam "Merlijn". De Oude, die in recenter eeuwen de naam Merlijn kreeg, was eveneens een wezen van de liminale plaats.. van de plaats "tussenin".. noch deze, noch gene Wereld. Leeft hij nu ook niet volgens de legende, opgesloten in de toren van Lucht?

Een grens was nooit zo concreet en ijl tegelijkertijd, als deze waarvan Merel ons wil zingen. Het is een uitnodiging om weerstand te begrijpen, want is weerstand niet niets anders dan stoten op een grens?.. er is altijd de mogelijkheid dat we weerstand als zodanig ervaren, omdat we het groter geheel rond deze weerstand niet zien.

Moge het Lied van de Merel je wekken, en moge je dansen op de grenzen waarover ze zingt.


Merel is de vogel van de Smid.

De Merel is de kracht die het hete ijzer ondergaat tussen Hamer en Aambeeld.

Deze kracht ontstaat door het bestaan van weerstand. Het Aambeeld geeft niet mee, de Hamer geeft niet mee.

"Merel" is het benutten van de weerstand - van de halt toe roepende kracht - tot het bekomen van iets nieuws.

Zoals de Smid de 4 Elementen in zijn werk betrekt, roept Merel ons op om gebruik te maken van de Lucht van onze Inspiratie, de Aarde van ons prachtige Lichaam, het Vuur van onze Passie, en het Water van wat ons beweegt/doet verlangen.

Ook hier danst de Merel op de Grenzen, en kent ze de Grens/weerstand niet als hindernis, maar bezingt ze de mogelijkheden die er in huizen.

De Merel is dol op de Lijsterbes.

Deze boom van Vuur en bescherming kennen we in de traditie als de kracht van doorbraak. Lijsterbes één van onze Toornige bomen.. zij die zich als onwrikbaar tonen. Luis, de Lijsterbes is "lugos", vlam, schittering, pracht. Ze is "louxsnos" het licht, alsook "li sula", genot voor het oog. Het is het priemende doorbrekende licht.

Lijsterbes verlicht eveneens de hese keel en staat zo in goed aanzien door de zangers.

Mijn leraar verhaalde hoe de Merel de magie van zijn lied ontleende aan het eten van de lijsterbes.

Het is de kracht van doorbraak (doorbraak relativeert grenzen) dat het Merel lied kenmerkt.

Hoe?

Door het Vuur van de Adem. Het Vuur dat zich via de Adem overheen grenzen verspreidt. Het is jouw enthousiasme dat wil gezongen worden.

Moge ook jij met je goddelijke Vuur de wereld ontwaken.